informatie
wat eet jouw hond?
Welkom in de jungle omtrent dierenvoer.
Iedereen geeft wat anders te eten aan zijn of haar hond, de 1 denkt er heel lang over na, de ander 'dumpt' wat id bak van een dier en 'het' eet het wel.
Maar..., wat is nu dan het beste?
Voor elk individueel soort en dier zijn weer andere voedingstoffen/elementen van belang, zo ook dus voor elke hond.
Voor een hond zoals Daan is Pedigree een NO-GO. Hij krijgt er jeuk van aan zijn poten en poeperd en daarnaast gaat hij heel erg vervelend gedrag er van vertonen. Ik vond het eerst altijd een bla, bla verhaal dat dieren(honden) hun gedrag zo gevormd kon worden door de voeding, maar ik heb het nu met eigen ogen aanschouwd en het is wel degelijk waar.
Honden met huid problemen kan je hun hele leven vol stouwen met medicamenten, maar je kan ook eens naar het voedsel kijken en bijv vers vlees gaan geven.
Vaak is dit, voor die honden, al de oplossing voor veel pijn en jeuk, en voor de baasjes scheelt het natuurlijk een (enorm) bedrag aan dierenarts en medicijn kosten.
Nu geef ik zelf Fokker brokken in combi met nature diet, en Daan doet het hier redelijk op, hij eet meer dan genoeg, maar ik vindt hem aan de (te) dunne kant.
martijn heeft laatst met iemand gebeld die brokken produceert en beweert dat zijn brokken net zo goed als vers vlees zijn.
Martijn heeft snel de discussie afgeblazen met de tekst; Daar moet je bij mijn vriendin voor wezen! Waarop ik ben uitgenodigd, samen met mr Mister, om daar eens een middag 'in de leer' te komen.
Nu ga ik daar dan ook op in en zal daar dan uiteraard verslag van maken/doen.
Ik kan je niet vertellen wat goed is voor jouw hond, maar ik wil mijn (gevonden) informatie graag met de superdaan.nl lezers delen, zodat iedereen zijn en haar eigen keuzes hierin beter (door middel van meer informatie) kan maken.
1. vleespercentage
Hoe hoger het vleespercentage hoe beter, een hond is immers een carnivoor. Dit is de belangrijkste criteria. Brokken met een hoog vleespercentage scoren meestal ook goed op de andere criteria. Kijk ook naar de bewerking van het vlees. Aan vers vlees heeft een hond meer (hogere biologische waarde) dan gedroogd of vlees in meelvorm, maar van vers vlees verdampt veel vocht en blijft er uiteindelijk minder vlees in de brok over. Wanneer er bijvoorbeeld 60% vers vlees wordt gebruikt, zal hier maar zo’n 20% van overblijven.
2. Soort vlees
Afhankelijk van bijvoorbeeld allergie bij je hond, kun je diersoorten vermijden. Verschillende diersoorten hebben een verschillende biologische waarde, van hoog naar laag: (ei)-vis-gevogelte-varken-rund.
3. Graanpercentage
Een hond heeft geen granen nodig. Een brok moet als hoofdbestanddeel vlees hebben, veel granen zijn dus niet nodig in een brok. Daarnaast is het soort graan en de kwaliteit van de granen belangrijk. Hele granen zijn beter dan graanafval zoals maisgluten en tarwegluten. Granen hebben een lagere biologische waarde dan vlees, een relatief groot deel kunnen ze dus niet gebruiken.
4. Soort graan
Sommige honden hebben een allergie voor granen, als je dit weet van je hond kun je (bepaalde) granen vermijden. Er wordt door sommige bronnen gezegd dat granen een belasting zijn voor het lichaam, het gaat dan vooral om lastig verteerbare granen. Het lastigst verteerbaar is tarwe. Rijst is een makkelijk verteerbare graansoort en geeft dan ook minder vaak problemen.
5. 1e vijf ingredienten
De 1e vijf ingredienten geven een beeld van de kwaliteit van het voer. Echter om dit goed te beoordelen moeten alle ingredienten bekeken worden. Bij de 1e vijf ingredienten dienen zoveel mogelijk dierlijke ingredienten te zitten. Ook kun je zien in wat voor vorm het vlees in de brok is gestopt, bijvoorbeeld kippenmeel (gedroogde en gemalen kip inclusief karkas en eventueel organen), kippenvleesmeel (gedroogde en gemalen kippenvlees, enkel spiervlees) of verse kip.
6. Opvallend
Hier staan opvallende kenmerken van de brok. Omdat het schema nog niet af is, is dit niet compleet. Hier staat bijvoorbeeld aangegeven of de brok hypoallergeen is (vrij van bekende allergenen zoals rund en tarwe) en opvallende zaken in de gegarandeerde analyse zoals een hoog percentage ruwe vezel. (ruwe vezel wordt niet verteerd door de hond en een hoog percentage kan leiden tot veel en dunnere ontlasting)
7. Afkomst vlees
Biologisch vlees is het gezondst voor de hond, omdat je dan zeker weet dat er bijvoorbeeld geen antibiotica of groeihormonen inzitten. Bovendien hebben biologische dieren een beter leven gehad dan dieren in de bio-industrie. Scharrelvlees is daarna het meest diervriendelijk, dieren hebben meer ruimte en in sommige gevallen kunnen ze naar buiten. Voor een klein overzicht van de vergelijking van dierenwelzijn in bio-industrie, scharrelvlees en biologisch: http://www.dierenbescherming.nl/diervriendelijk-consumeren-keurmerken
8. Chemische toevoegingen
Sommige fabrikanten maken gebruik van chemische toevoegingen zoals chemische anti-oxidanten, kleur-, geur- en smaakstoffen of bindmiddelen. Dit is natuurlijk niet gezond voor een hond. Als er geen chemische toevoegingen inzitten, kunnen er nog steeds wel chemische conserveringsmiddelen in de grondstoffen zitten of bespoten granen/groenten in de brok zitten.
Hoe hoger het vleespercentage hoe beter, een hond is immers een carnivoor. Dit is de belangrijkste criteria. Brokken met een hoog vleespercentage scoren meestal ook goed op de andere criteria. Kijk ook naar de bewerking van het vlees. Aan vers vlees heeft een hond meer (hogere biologische waarde) dan gedroogd of vlees in meelvorm, maar van vers vlees verdampt veel vocht en blijft er uiteindelijk minder vlees in de brok over. Wanneer er bijvoorbeeld 60% vers vlees wordt gebruikt, zal hier maar zo’n 20% van overblijven.
2. Soort vlees
Afhankelijk van bijvoorbeeld allergie bij je hond, kun je diersoorten vermijden. Verschillende diersoorten hebben een verschillende biologische waarde, van hoog naar laag: (ei)-vis-gevogelte-varken-rund.
3. Graanpercentage
Een hond heeft geen granen nodig. Een brok moet als hoofdbestanddeel vlees hebben, veel granen zijn dus niet nodig in een brok. Daarnaast is het soort graan en de kwaliteit van de granen belangrijk. Hele granen zijn beter dan graanafval zoals maisgluten en tarwegluten. Granen hebben een lagere biologische waarde dan vlees, een relatief groot deel kunnen ze dus niet gebruiken.
4. Soort graan
Sommige honden hebben een allergie voor granen, als je dit weet van je hond kun je (bepaalde) granen vermijden. Er wordt door sommige bronnen gezegd dat granen een belasting zijn voor het lichaam, het gaat dan vooral om lastig verteerbare granen. Het lastigst verteerbaar is tarwe. Rijst is een makkelijk verteerbare graansoort en geeft dan ook minder vaak problemen.
5. 1e vijf ingredienten
De 1e vijf ingredienten geven een beeld van de kwaliteit van het voer. Echter om dit goed te beoordelen moeten alle ingredienten bekeken worden. Bij de 1e vijf ingredienten dienen zoveel mogelijk dierlijke ingredienten te zitten. Ook kun je zien in wat voor vorm het vlees in de brok is gestopt, bijvoorbeeld kippenmeel (gedroogde en gemalen kip inclusief karkas en eventueel organen), kippenvleesmeel (gedroogde en gemalen kippenvlees, enkel spiervlees) of verse kip.
6. Opvallend
Hier staan opvallende kenmerken van de brok. Omdat het schema nog niet af is, is dit niet compleet. Hier staat bijvoorbeeld aangegeven of de brok hypoallergeen is (vrij van bekende allergenen zoals rund en tarwe) en opvallende zaken in de gegarandeerde analyse zoals een hoog percentage ruwe vezel. (ruwe vezel wordt niet verteerd door de hond en een hoog percentage kan leiden tot veel en dunnere ontlasting)
7. Afkomst vlees
Biologisch vlees is het gezondst voor de hond, omdat je dan zeker weet dat er bijvoorbeeld geen antibiotica of groeihormonen inzitten. Bovendien hebben biologische dieren een beter leven gehad dan dieren in de bio-industrie. Scharrelvlees is daarna het meest diervriendelijk, dieren hebben meer ruimte en in sommige gevallen kunnen ze naar buiten. Voor een klein overzicht van de vergelijking van dierenwelzijn in bio-industrie, scharrelvlees en biologisch: http://www.dierenbescherming.nl/diervriendelijk-consumeren-keurmerken
8. Chemische toevoegingen
Sommige fabrikanten maken gebruik van chemische toevoegingen zoals chemische anti-oxidanten, kleur-, geur- en smaakstoffen of bindmiddelen. Dit is natuurlijk niet gezond voor een hond. Als er geen chemische toevoegingen inzitten, kunnen er nog steeds wel chemische conserveringsmiddelen in de grondstoffen zitten of bespoten granen/groenten in de brok zitten.
(Ingrid)
Beste mensen,
In royal canin zit de stof, BHA (Zie ingredientenlijst). Niet alleen RC gebruikt dit in zijn brok (BHT/BHA)
Deze stoffen zijn zeer kankerverwekkend bij mensen en honden. (google maar)
RC zegt hierover: Honden worden toch niet zo oud...
Verklaart wel een hoop gezwellen bij honden en tumoren....
Dus voordat je een brok aanschaft, CHECK DE INGREDIENTEN!!!
Boeken
Ik heb de volgende link zelf nog niet helemaal door gespit maar het schijnt een zeer informatieve/fijne site te zijn, met allemaal boeken over dieren en hun gedrag.
Tips & trics omtrent hygiene
Het is vervelend, maar de chemische bestrijdingsmiddelen tegen vlooien lijken steeds minder effect te hebben. De vlooien treken zich hier blijkbaar steeds minder van aan, ze worden er waarschijnlijk resistent tegen.
Hieronder noem ik even een aantal andere manieren om vlooien te grazen te nemen. Bijna al deze manieren zijn ook nog eens heel milieu- en hondvriendelijk.
Was de hond eens niet met een hondenshampoo, maar... met een afwasmiddel! Dat doodt de vlooien en weekt de eitjes véél beter los.
LET OP: Gebruik een zo mild mogelijk afwasmiddel, eentje waarop staat dat het ook voor gevoelige handen gebruikt kan worden. Doe dit niet te vaak, want een afwasmiddel haalt meer van het vetlaagje van de huid weg dan een hondenshamppoo. Gebruik na het wassen een haarconditioner en spoel die ook weer goed uit!
Let extra goed op dat het schuim niet in de oren en ogen terecht komt!
Vlooienvanger: Zet in de avond -in de onverlichte(!)- kamer een diep bord met water neer en giet daar een laagje olie of afwasmiddel op. Dan zet je midden in het bord 'n houdertje met een brandend waxinelicht. Vlooien komen in het donker op het licht af, door het het laagje olie of afwasmiddel kunnen ze niet meer wegspringen en verdrinken. Enkele avonden herhalen. Gebruik hier géén brandbare olie voor, maar olijf-, zonnebloem- of maisolie.
Eitjes in het tapijt kun je verwijderen door het tapijt met een borstel (of doek) met azijnwater te behandelen. De omhulsels van vlooieneieren lossen op door het zuur van de azijn.
LET OP: Niet ieder tapijt kan tegen deze behandeling! Probeer het eerst op een onbelangrijk stukje, onder een kastje bijvoorbeeld.
Dagelijks stofzuigen blijft noodzakelijk. Maar... zorg er dan wél voor dat de opgezogen vlooien en eitjes geen kwaad meer kunnen!!!
Doe een stukje vlooienband (± 10 cm.) in de stofzuigerzak. Het andere stuk van de vlooienband in een stevige plastic zak bewaren, dat dient voor de volgende stofzuigerzakken.
De auto: Die wordt erg vaak vergeten, maar een auto kan 'n héél geniepige plaats van herbesmetting zijn. Gewoon omdat je er niet aan denkt dat tussen de randen van de bekleding ook vlooien en/of eitjes kunnen zitten!
Hier ontkom je helaas niet aan een vlooienspray. Spuit ook 'n beetje tussen de naden van de bekleding. Adem zo min mogelijk in tijdens het spuiten. Spay even (met een theedoek voor je mond), ga de auto uit, haal buiten een paar keer diep adem en ga verder.
Sluit de auto minstens één uur, zet daarna de ramen en deuren zeker 'n half uur open. Doe dit op een avond waarop de auto die hele avond/nacht verder niet gebruikt hoeft te worden. Zet de volgende dag tijdens het rijden de ramen goed open.
Dekens en/of kleedjes van de hond: Zet ze in de week in ruim water met een paar flinke scheuten azijn. Was ze daarna gewoon in de wasmachine en giet een scheutje azijn bij de wasverzachter.
Als je de kleedjes niet in een teil in de week kunt zetten: Gebruik een voorwasprogramma en gebruik dan geen voorwasmiddel maar azijn.
LET OP: Overal waar "azijn" wordt genoemd, bedoel ik gewone azijn geen schoonmaakazijn.
En wat ik al bij meerdere topics heb geschreven: Geef de hond dagelijks algemeel door z'n eten. Dat helpt niet direct, maar na een paar weken is de hond écht minder aantrekkelijk voor vlooien. Het is ook nog eens héél goed voor huid, gewrichten, conditie én tegen de zogenaamde "hondenlucht".
Ik ben zelf het meest te spreken over 'Algolith', van het merk Beaphar.
Hieronder noem ik even een aantal andere manieren om vlooien te grazen te nemen. Bijna al deze manieren zijn ook nog eens heel milieu- en hondvriendelijk.
Was de hond eens niet met een hondenshampoo, maar... met een afwasmiddel! Dat doodt de vlooien en weekt de eitjes véél beter los.
LET OP: Gebruik een zo mild mogelijk afwasmiddel, eentje waarop staat dat het ook voor gevoelige handen gebruikt kan worden. Doe dit niet te vaak, want een afwasmiddel haalt meer van het vetlaagje van de huid weg dan een hondenshamppoo. Gebruik na het wassen een haarconditioner en spoel die ook weer goed uit!
Let extra goed op dat het schuim niet in de oren en ogen terecht komt!
Vlooienvanger: Zet in de avond -in de onverlichte(!)- kamer een diep bord met water neer en giet daar een laagje olie of afwasmiddel op. Dan zet je midden in het bord 'n houdertje met een brandend waxinelicht. Vlooien komen in het donker op het licht af, door het het laagje olie of afwasmiddel kunnen ze niet meer wegspringen en verdrinken. Enkele avonden herhalen. Gebruik hier géén brandbare olie voor, maar olijf-, zonnebloem- of maisolie.
Eitjes in het tapijt kun je verwijderen door het tapijt met een borstel (of doek) met azijnwater te behandelen. De omhulsels van vlooieneieren lossen op door het zuur van de azijn.
LET OP: Niet ieder tapijt kan tegen deze behandeling! Probeer het eerst op een onbelangrijk stukje, onder een kastje bijvoorbeeld.
Dagelijks stofzuigen blijft noodzakelijk. Maar... zorg er dan wél voor dat de opgezogen vlooien en eitjes geen kwaad meer kunnen!!!
Doe een stukje vlooienband (± 10 cm.) in de stofzuigerzak. Het andere stuk van de vlooienband in een stevige plastic zak bewaren, dat dient voor de volgende stofzuigerzakken.
De auto: Die wordt erg vaak vergeten, maar een auto kan 'n héél geniepige plaats van herbesmetting zijn. Gewoon omdat je er niet aan denkt dat tussen de randen van de bekleding ook vlooien en/of eitjes kunnen zitten!
Hier ontkom je helaas niet aan een vlooienspray. Spuit ook 'n beetje tussen de naden van de bekleding. Adem zo min mogelijk in tijdens het spuiten. Spay even (met een theedoek voor je mond), ga de auto uit, haal buiten een paar keer diep adem en ga verder.
Sluit de auto minstens één uur, zet daarna de ramen en deuren zeker 'n half uur open. Doe dit op een avond waarop de auto die hele avond/nacht verder niet gebruikt hoeft te worden. Zet de volgende dag tijdens het rijden de ramen goed open.
Dekens en/of kleedjes van de hond: Zet ze in de week in ruim water met een paar flinke scheuten azijn. Was ze daarna gewoon in de wasmachine en giet een scheutje azijn bij de wasverzachter.
Als je de kleedjes niet in een teil in de week kunt zetten: Gebruik een voorwasprogramma en gebruik dan geen voorwasmiddel maar azijn.
LET OP: Overal waar "azijn" wordt genoemd, bedoel ik gewone azijn geen schoonmaakazijn.
En wat ik al bij meerdere topics heb geschreven: Geef de hond dagelijks algemeel door z'n eten. Dat helpt niet direct, maar na een paar weken is de hond écht minder aantrekkelijk voor vlooien. Het is ook nog eens héél goed voor huid, gewrichten, conditie én tegen de zogenaamde "hondenlucht".
Ik ben zelf het meest te spreken over 'Algolith', van het merk Beaphar.
Marianne van Buitenen
Zindelijkheid
Ilja & **Sterre**
Hallo Kenny...Als je topic doorleest vanaf pagiana 1 leer je alles hoe jij je hond moet moet helpen..!!
De taak ligt bij de mens..!
Zindelijk maken van pups
Wie een pup aanschaft, maakt meestal direct een begin met het zindelijk maken van de jonge hond. Omdat honden van nature zindelijke dieren zijn, is dit een kwestie van stimuleren en aanmoedigen. Het ontwikkelen van het bij de geboorte meegekregen instinct om het 'nest' niet te bevuilen, levert normaal gesproken geen problemen op.
Wilde hondachtige en wolven houden hun hol angstvallig schoon. Steevast worden uitwerpselen van pups door de ouders weggebracht. Zodra de pups kunnen lopen, zoeken zij zelf een plekje buiten het nest om hun behoefte te doen. Geen wonder dus dat het erg belangrijk is dat de pups al bij de fokker in een zo schoon mogelijke omgeving zijn opgegroeid. Een fokker die verantwoord te werk gaat, voorkomt dat de jonge hondjes tussen hun eigen uitwerpselen moeten verblijven. Vaak liggen er kranten op de vloer van de speciale werpkist of is er een afgezette loopruimte voor de pups gereserveerd. In die ruimte zullen de pups een plek voor hun behoefte zoeken die zo ver mogelijk verwijderd is van de plaats waar ze normaliter slapen. Stro is als ondergrond minder geschikt, omdat urine en uitwerpselen er doorheen zakken. Verder kan stro niet worden schoongemaakt en moet het telkens volledig worden vervangen. Gebeurt dat niet, dan wennen de pups eraan om in hun eigen viezigheid te zitten en wordt het voor de nieuwe eigenaar een moeilijker om de pup zindelijk te maken.
Ongelukjes voorkomen
Voor de pup die we net bij de fokker hebben opgehaald, geldt dat ons huis te groot is om het als nest te beschouwen en schoon te houden. Reken er dus maar op dat er de eerste weken de nodige ongelukjes gebeuren. Probeer die zoveel mogelijk te voorkomen door de pup nauwlettend in de gaten te houden Pak hem op en zet hem buiten bij verdachte voortekenen, zoals snuffelen en een rondje draaien. Tien tegen een dat de pup zal 'moeten' hij een slaapje heeft gedaan, als hij net heeft gegeten of heeft gespeeld. Pak het hondje op (de ene hand onder zijn achterste en de andere tussen zijn voorpoten). Til het dier nooit op aan zijn voorpoten!. Zet hem tenslotte buiten op een plekje dat geschikt wordt geacht als hondentoilet. Dat kan een stukje tuin zijn of bos of openbaar groen waar het geen kwaad kan. Als het maar snel bereikbaar is!
Wie een terras heeft, kan er tijdelijk een of twee tegels uit halen, zodat de pup leert om daar in dat plekje zand zijn behoefte te doen. Is hij eenmaal zindelijk, dan kunnen de tegels weer terug en komt de hond niet meer in de verleiding. Ook op het balkon van een flat gaat het prima. Het is te overwegen om daar een stukje gras neer te leggen om het toiletje duidelijk te markeren. Maak dat dan wel telkens zo goed mogelijk schoon De geurtjes die er toch nog blijven hangen zullen de pup stimuleren om er ook een volgend keer zijn behoefte te doen
Dezelfde plek
Waar het hondentoiletje ook geïnstalleerd wordt, het is belangrijk dat de pup telkens weer op dezelfde plek terugkomt om zijn behoefte te doen. Vind het dus niet goed dat de hele tuin tot uitlaatplaats wordt gebombardeerd. Neem de pup aan de lijn mee naar de bewuste plaats of zet hem daar neer. Houd hem dan ook aan de lijn, zodat hij niet uit eigen beweging ergens anders naar toe kan. Bij erg jonge pups is het aan te bevelen om hem in huis op te pakken en pas op zijn toiletje weer neer te zetten, zodat er onderweg niets gebeuren kan. Het oppakken zet namelijk direct een rem op de behoeftedrang. Wacht bij het hondentoiletje geduldig (!) tot de pup door de achterpoten zakt en moedig hem dan direct aan met woorden in de trant van:’Dat is braaf plassen’. Welke woord gebruikt wordt maakt voor de hond niet uit, als het maar telkens hetzelfde is. Je zou dus ook kunnen zeggen: ‘braaf opschieten!’ Of zelfs ‘lekkere chocola’ Als het maar consequent (en uitbundig) gebruikt wordt voor de behoefte doen. Wie dat een tijdje zo volhoudt, krijgt een hond die later op commando zijn behoefte doet en voorkomt daarmee dat het dier souvenirs achterlaat op plekken waar dat niet welkom is.
Ongelukjes
Ondanks alle oplettendheid zal er in het begin toch wel het nodige in huis terecht komen. De voortekenen zijn niet altijd even duidelijk en het kwaad is snel geschied. Maak u dan vooral niet boos en haal in geen geval de hond met zijn neus erdoor. Hij weet immers nog niet beter en zal schrikken en zenuwachtig worden van uw bestraffing. Neem u liever voor om in het vervolg nog beter op te letten. Ruim het ‘corpus delictum’ rustig op, gebruik geen schoonmaakmiddel met ammoniak erin, want die geur werkt juist aanlokkelijk.
Wie de pup alleen thuislaat, dient te beseffen dat de hond lichamelijk nog niet in staat is om zijn behoefte lang op te houden. De opwinding en wellicht de nervositeit als hij merkt alleen achtergelaten te worden, kunnen al voldoende zijn om de sluizen open te zetten. Het heeft geen enkele zin om de pup daarvoor bij thuiskomst te straffen. Die weet zich van prins geen kwaad en de uitfoeterring, zal hem alleen maar onzeker maken en ervoor zorgen dat hij een volgend keer uw thuiskomst met angst en beven tegemoet ziet.
De eerste nachten
De eerste nacht in het nieuwe huis is voor veel nieuwe hondenbanen een groot probleem. Vroeger werd geadviseerd om de pup in een doos of kist te zetten, waar hij niet uit kon. Ergens op een rustige plek, bijvoorbeeld in de keuken. Er werd dan bij gezegd zijn gejammer en geblaf te negeren. Onder het motto went hij er gelijk aan dat hij niet altijd zijn zin kan krijgen en wel eens alleen moet blijven. Maar probeer u eens voor te stellen hoe de pup zo'n nacht beleeft. Het hondje zat tot nu toe veilig en gezellig bij moeder, broertjes en zusjes in het nest. Ineens is hij uit die vertrouwde omgeving geplukt en plompverloren ergens anders gebracht. En dan wordt hij ook nog ineens opgesloten en voor het eerst van zijn leven moederziel alleen gelaten! Afgezien van deze uiterst onplezierige ervaring, die op zo'n jonge pup een diepe indruk kan maken, kleeft er nog een belangrijk nadeel aan deze methode. Als de pup namelijk nodig ‘moet’ en niet uitgelaten wordt (de eigenaar ligt immers op één oor ... ), zal hij zo lang mogelijk proberen zijn behoefte op te houden. Daardoor voelt hij zich doodongelukkig, want zijn nest bevuilen zal hij niet snel doen. Maar vroeg of laat zal er toch iets uit moeten en zal hij het hoopje of plasje in de doos of kist deponeren. Op deze manier leert het hondje (helemaal tegen zijn natuurlijk instinct in) zijn eigen slaapplaats te bevuilen en dat heeft een zeer averechts effect op het zindelijk maken
De Doos
Gelukkig is er een manier om de nieuwe pup ook die allereerste nacht goed door te helpen. Dat is de ‘doos naast het bed’, methode, die niet alleen vriendelijk is voor de pup en zijn eigenaar, maar ook veel sympathieker voor de buren, die bij de ouderwetse methode vaak volop konden meegenieten van het gehuil en gejammer van de nieuwe huisgenoot.
De doos moet net zo groot zijn dat de pup er weliswaar goed in past en lekker kan liggen, maar zonder dat hij van de ene naar de andere plek kan verhuizen en zonder dat hij er op eigen kracht uit kan klauteren. Laat de pup voor het slapen gaan nog een keer goed uit en zet hem dan in zijn slaapdoos. Spreek hem nog even kort geruststellend toe ( het is immers toch allemaal nieuw en vreemd voor hem), maar ga niet in op eventuele protesten. Na een tijdje zal de pup doorhebben dat er niets meer te beleven valt en in de wetenschap dat u vlak bij hem in de buurt bent, waarschijnlijk uitgeput van alle nieuwe belevenissen en ervaringen in slaap vallen.
Zodra de natuur zich doet gelden zal de pup onrustig worden en wellicht wat beginnen te piepen. Doordat de doos vlak naast uw bed staat, hoort u dat en weet u dat het tijd is om de pup uit te laten. Wellicht dat er de eerste nachten een aantal sanitaire stops nodig zijn, maar allengs zullen die steeds minder vaak voorkomen. Dan begint u de doos in fasen steeds verder van het bed af te zetten, tot op de overloop en tenslotte op de plek, die u de hond als definitieve slaapplaats had toebedacht.
Kamerkennel
In plaats van een doos of kist kunt u ook gebruik maken van een zogenaamd kamerkenneltje. Dat zijn draadkooien die vaak handig op te vouwen en te verplaatsen zijn. U kunt zo'n kamerkenneltje, van waaruit de pup vrij zicht heeft op zijn omgeving, ook prima gebruiken in de woonkamer op momenten dat u even (dus niet uren achtereen!) de handen vrij wilt hebben voor andere zaken. Wen de pup aan het kenneltje door hem er bijvoorbeeld zijn eten in te geven of er een lekkere kluif in te leggen. Zo bouwt de pup plezierige associaties op met het kenneltje en zal hij het waarschijnlijk al snel gaan beschouwen als een veilige haven waarin het goed toeven is.
De kennel bewijst ook prima diensten als, er naast de jonge hond ook jonge kinderen in huis zijn. Om ongewenste confrontaties tussen hond en kind (die immers alle twee zeer nieuwsgierig zijn en nog helemaal met elkaar moet leren omgaan) te voorkomen, kan de hond zonodig even buiten het bereik van de kinderen worden geplaatst. Laat hond en kind echter nooit zonder toezicht alleen en leer de kinderen zo snel mogelijk dat ze de hond op zijn slaapplaats met rust moeten laten.
Straatzindelijk
Probeer als de pup eenmaal huiszindelijk is (de ene hond doet daar langer over dan de andere, wanhoop niet te snel) ook voor het uitlaten zo snel mogelijk goede regels te stellen. Vind niet goed dat de hond zelf uitmaakt waar hij zijn boodschap deponeert. Als hij als pup heeft geleerd om op commando zijn behoefte te doen, is heel eenvoudig te voorkomen dat hij plaatsen vervuilt waar anderen mensen zich eraan ergeren. En voor reuen geldt dat het helemaal niet nodig is dat zij overal te pas en te onpas, hun poot optillen. Vaak is dat niet een kwestie van nodig 'moeten', maar willen ze daarmee aan andere honden laten weten dat ze er zijn. Het is gewoon een stukje vlagvertoon waarmee ze hun belangrijkheid willen aantonen. Loop met de aangelijnde hond gewoon door op plaatsen waar u niet wilt hebben dat hij zijn poot optilt, zeg kordaat 'nee' als hij toch aanstalten maakt en geef hem pas gelegenheid op een plek waar het geen kwaad kan. Zorg dat u met een jonge hond altijd een zogenaamd ruimmiddel zoals een poepschepje, paraat hebt voor eventuele ongelukjes. Er is zo langzamerhand een uitgebreid assortiment van poepzakjes, schepjes en dergelijke op de markt. Een plastic zakje is ook een goed alternatief
Niet opgeven is de belangrijkste regel.
heb met alles wat hierboven is geschreven al ervaring.....men moet gewoon zoeken wat voor u en de pup de beste manier is.
Veel succes
Laatste aanpassing ( zondag 06 februari 2011 13:06 )
